Saramaccaanse woorden

Een bezoekje aan Dan Ta Bai is het leukste wanneer u de lokale bevolking kan begroeten in hun eigen taal. Verras de lokale man door

de volgende woordenlijst uit je hoofd te leren. Het Het Saramaccaans (autoniem: Saamáka) is een creolentaal die in Suriname wordt gesproken door de bevolkingsgroep der Saramakaners, een van de Marronvolkeren (traditioneel bekend als Bosnegers). De taal wordt door ongeveer 24.000 mensen gesproken, dicht bij de Saramaccarivier en de bovenloop van de Surinamerivier en door 2000 mensen in Frans-Guyana. Ongeveer 2000 mensen spreken een dialect dat Matawai heet. De bronnen van de Saramaccaanse woordenschat zijn de Engelse taal, het Portugees, het Nederlands en Afrikaanse talen van het Afrika ten zuiden van de Sahara. Ongeveer 20% van deze woordenschat is van Afrikaanse oorsprong, voornamelijk afkomstig van Kongolese talen en Gbe-talen. De fonologie komt het dichtst bij die van Afrikaanse talen, en het heeft zelfs een systeem van betekenisonderscheidende intonatie ontwikkeld, zoals deze ook veel voorkomen in Afrika.(autoniem: Saamáka) is een creolentaal die in Suriname wordtgesproken door de bevolkingsgroep der Saramakaners, een van de Marronvolkeren (traditioneel bekend als Bosnegers).

De taal wordt door ongeveer 24.000 mens

en gesproken, dicht bij de Saramaccarivier en de bovenloop van de Surinamerivier en door 2000 mensen in Frans-Guyana. Ongeveer 2000 mensen spreken een dialect dat Matawai heet.

De bronnen van de Saramaccaanse woordenschat zijn de Engelse taal, het Portugees, het Nederlands en Afrikaanse talen van het Afrika ten zuiden van de Sahara. Ongeveer 20% van deze woordenschat is van Afrikaanse oorsprong, voornamelijk afkomstig van Kongolese talen en Gbe-talen. De fonologie komt het dichtst bij die van Afrikaanse talen, en het heeft zelfs een systeem van betekenisonderscheidende intonatie ontwikkeld, zoals deze ook veel voorkomen in Afrika.

Woordenlijst Saramaccaans

Nederlands Saramaccaans
Goedemorgen U weki nö? / U weki-ooo! / Söö
Hoe gaat het met u? / goed U dë nö? / U dë-ooo! / Söö
Welterusten; vaarwel Duumundu-ooo / so-I Seepi-ooo!
Ik ben blij Mi wai tee!
Lekker;leuk A suti
Mooi, knap Hanse
Dank u wel Gaantangi fii
Laat ons gaan Kobougo!
Ik ga weg Mi nango-ee!
Hoe heet u? Un ne fii?
Ik heet ‘John’ Mi da ‘John’
Waar is ‘John’? Unse ‘John’dë?
Ja Aai
Nee Nono
Man Womi
Vrouw Mujee
Ik hou van je Mi lobi-i


Shares